Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AR8526

Datum uitspraak2004-07-01
Datum gepubliceerd2004-12-30
RechtsgebiedPersonen-en familierecht
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Arnhem
ZaaknummersBOPZ 04/090
Statusgepubliceerd


Indicatie

Wet BOPZ artikel 15 Machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis verleend op verzoek van de officier van justitie. I.c. geen toepassing van artikel 14 BOPZ, (voorwaardelijke machtiging) gelet op de bijzondere situatie van betrokkene. Betrokkene verblijft met voorwaardelijk ontslag in een pension. Zolang betrokkene geregeld zijn depotmedicatie (en overige medicatie) krijgt, is de situatie rond betrokkene onder controle te houden. Het gevaar voor agressieve uitbarstingen is echter voortdurend aanwezig. Nu betrokkene zo’n situatie uit zichzelf voelt aankomen en zijn huidige woonomgeving in het pension dit ook tijdig onderkent wordt betrokkene met enige regelmaat in het psychiatrisch ziekenhuis te Wolfheze opgenomen. Met deze opname wordt voorkomen dat betrokkene tot agressief gedrag komt zoals dat in het verleden vele malen heeft plaatsgevonden. De consequentie van het verlenen van een voorwaardelijke machtiging in casu is dat er of telkens een IBS moet worden aangevraagd of telkens gewacht moet worden op een beoordeling van een niet behandelend psychiater.


Uitspraak

Rechtbank Arnhem Sector familierecht kenmerk: BOPZ 04/090 datum uitspraak: 1 juli 2004 Beschikking BOPZ (voortgezet verblijf) Het verzoek en de procedure De officier van justitie heeft bij verzoekschrift, ingekomen op 2 juni 2004, verzocht een machtiging te verlenen tot voortgezet verblijf van de in de beslissing genoemde betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. Bij het verzoek zijn over-gelegd de door de Wet BOPZ voorgeschreven stukken. De rechter heeft op 1 juli 2004 gehoord de betrokkene, de advocaat van de betrokkene mr. M.C.A. Nijenhuis-Schoutsen, en de (waarnemer van de) behandelaar dhr. B. Logtenberg. De beoordeling De rechtbank is op grond van de overgelegde stukken en de door haar verkregen inlichtingen tot de overtuiging gekomen dat: - de stoornis van de geestvermogens van de betrokkene ook na verloop van de geldigheidsduur van de lopende machtiging aanwezig zal zijn, - die stoornis de betrokkene ook dan gevaar zal doen veroorzaken, - het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend, - de betrokkene geen blijk geeft van de nodige bereidheid in een psychiatrisch ziekenhuis te verblijven. Betrokkene verblijft met voorwaardelijk ontslag in een pension. Zolang betrokkene geregeld zijn depotmedicatie (en overige medicatie) krijgt, is de situatie rond betrokkene onder controle te houden. Het gevaar voor agressieve uitbarstingen is echter voortdurend aanwezig. Nu betrokkene zo’n situatie uit zichzelf voelt aankomen en zijn huidige woonomgeving in het pension dit ook tijdig onderkent wordt betrokkene met enige regelmaat in het psychiatrisch ziekenhuis te Wolfheze opgenomen. Met deze opname wordt voorkomen dat betrokkene tot agressief gedrag komt zoals dat in het verleden vele malen heeft plaatsgevonden. Gelet op deze bijzondere situatie rond betrokkene, acht de rechtbank het niet in het belang van betrokkene om een voorwaardelijke machtiging te overwegen. De consequentie van het verlenen van een voorwaardelijke machtiging in casu is namelijk dat er of telkens een IBS moet worden aangevraagd of telkens gewacht moet worden op een beoordeling van een niet behandelend psychiater. Op grond van de toepasselijke bepalingen van de Wet BOPZ wordt daarom als volgt beslist. De beslissing De rechtbank verleent een machtiging tot voortgezet verblijf van: A.P., geboren op 23 januari 1963, woon/verblijfadres: X, in een psychiatrisch ziekenhuis voor één jaar na heden. Deze beschikking is gegeven op 1 juli 2004 door mr. W. Bruins, rechter, in tegenwoordigheid van P.A.G. de Haar, griffier. de griffier de rechter